2.11 Element bijlage

1 Introductie

 

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element “Bijlage “worden hier beschreven.

2 Werkwijze

Selecteer het element bijlage.

Er kunnen standaard meerdere bijlage worden toegevoegd.

Er zijn geen aanvullende detail instellingen beschikbaar.

 3 Aandachtspunten en tips

Ieder soort bestand(en) kunnen worden toegevoegd.  De bestanden worden opgeslagen op de server. De gangbare bestanden worden via de bekende iconen in het formulier weergegeven.

Als een gebruiker deze wil raadplegen worden ze naar de lokale computer gedownload.

Voor het openen en lezen heeft men dus lokaal de desbetreffende applicatie nodig.

2.10 Elementen radio button

1 Introductie

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element radio button worden hier beschreven.

Een radio button wordt gebruikt als de gebruiker 1 mogelijkheid mag kiezen. De keuzeopties worden weergegeven aan de gebruiker in een verticale of verticale rij met een rondjes. De technische mogelijkheden met een radiobutton zijn minder uitvoerig als de drop down.  Hou hier rekening mee bij het ontwerp.

 

2 Werkwijze

Het eigenschappenvenster van het type ”radio button” bestaat uit 2 varianten; een handmatige invoer of een invoer via een bestaande lijst binnen LeanForms.

Handmatige invoer

  • Kies “+ nieuwe optie”
  • Lay-out; maak een keuze tussen horizontale of verticale weergave
  •  In box “Tekst” wordt de beschrijving voor de gebruiker vastgelegd.
  • Optioneel kan bij de box “Waarde” een getal worden meegegeven (bv Ja= 0 Nee =1 of een weegfactor). Dit getal is voor de gebruiker niet zichtbaar maar hierdoor kan men binnen het formulier rekenen, zie hiervoor element ”Formule”.
  • Sla de aangemaakte optie op met het vinkje, achteraf wijzigen kan met het potloodje.

 

Invoeren via lijst

  • Lay-out; maak een keuze tussen horizontale of verticale weergave
  • Kies “Importeer lijst”
  • Kies uit het getoonde overzicht de gewenst lijst.
  • Achteraf wijzigen kan met het potlood.
  • LET OP: als de lijst wordt aangepast in de beheeromgeving wordt deze NIET automatisch in het formulier bijgewerkt.

 3 Aandachtspunten en tips

De laatst toegevoegde keuze wordt bovenaan de lijst getoond. Het kan dus zijn dat men moet scrollen om de gehele lijst te zien.

De volgorde in de lijst kan eenvoudig worden aangepast met de “pijltjes” links van de tekst.

2.09 Element Checkbox

1 Introductie

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element check box worden hier beschreven.

Een check box wordt gebruikt als de gebruiker meerdere antwoorden bij een vraagstelling mag kiezen.

De keuzeopties worden weergegeven aan de gebruiker in een verticale rij met een vierkantjes.

 

2 Werkwijze

Het eigenschappenvenster van het type ”check box” bestaat uit 2 varianten; een handmatige invoer of een invoer via een bestaande lijst binnen LeanForms.

Handmatig

  • Kies “+ nieuwe optie”
  • In box “Tekst” wordt de beschrijving voor de gebruiker vastgelegd.
  • Optioneel kan bij de box “Waarde” een getal worden meegegeven (bv Ja= 0 Nee =1 of een weegfactor). Dit getal is voor de gebruiker niet zichtbaar maar hierdoor kan men binnen het formulier rekenen, zie hiervoor element ”Formule”.
  • Sla de aangemaakte optie op met het vinkje, achteraf wijzigen kan met het potlood.

Invoeren via lijst

Kies “Importeer lijst”

Kies uit het getoonde overzicht de gewenst lijst.

Achteraf wijzigen kan met het potlood.

LET OP: als de lijst wordt aangepast in de beheeromgeving wordt deze NIET automatisch in het formulier bijgewerkt.

 3 Aandachtspunten en tips

  • De laatst toegevoegde keuze wordt bovenaan de lijst getoond. Het kan dus zijn dat men moet scrollen om de gehele lijst te zien.
  • De volgorde in de lijst kan eenvoudig worden aangepast met de “pijltjes” links van de tekst
  • Als men een rapportage dan kan dit worden opgelost binnen Excel indien de items in de check box lijst uniek zijn. Dit kan door bijvoorbeeld een nummer als voorloper toe te voegen (bijvoorbeeld 01 Administratiegebouw in plaats van Administratiegebouw).

2.08 Element tekst type dataset

1 Introductie

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element “Getal” worden hier beschreven.

Binnen het element “Getal” zijn de volgende varianten aanwezig

  • Tekst
  • Getal
  • Gebruikersinformatie
  • Datasets

Deze instructie is van toepassing op variant “Datasets ”.

2 Werkwijze

Om een dataset te kunnen koppelen aan een vraag, moet deze al bij Menu “Beheer” – “Data sets” zijn toegevoegd.

  • Dataset sleutelveld, de eerste kolom uit dataset waarop selectie wordt gebaseerd
  • Dataset waarde, een willekeurige kolom uit dataset die hoort bij het sleutelveld.

  • Open een nieuw formulier of een bestaand formulier (status nieuw).
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’.
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg het element “Tekst” toe.
  • In het rechter venster worden de 3 sectors van het element “Tekst” zichtbaar.
  • Ga naar sectie “Detail”
  • Selecteer bij ”Type ”Dataset” en “Dataset sleutelveld”
  • Selecteer vervolgens de gewenste “Dataset”

  • Voeg vervolgens naar wens meerder velden toe van het element “Tekst” van het type “Dataset waarde”.
  • Selecteer voor ieder element “Dataset waarde” de “Vraag met sleutelveld” en vervolgens het gewenste veld.

Let op:

Aan een element kunnen ook rechten worden toegekend.

Bij het samenstellen van de inhoud van een formulier, dient men dit nog achterweg te laten.

Zie hiervoor de instructies bij formulieren bouwen.

3 Aandachtspunten en tips

Als datasets in hoge frequentie worden aangepast overweeg dan om een live koppeling te maken met de brongegevens. Informeer naar de mogelijkheden bij LeanForms.

2.07 Element tekst type gebruikersinformatie

1 Introductie

 

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element “Getal” worden hier beschreven.

Binnen het element “Getal” zijn de volgende varianten aanwezig

Tekst

Getal

Gebruikersinformatie

Datasets

Deze instructie is van toepassing op variant “Gebruikersinformatie ”.

2 Werkwijze

  • Open een nieuw formulier of een bestaand formulier (status nieuw).
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’.
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg het element “Tekst” toe.
  • In het rechter venster worden de 3 sectors van het element “Tekst”” zichtbaar.
  • Ga naar sectie “Detail”
  • Selecteer bij ”Type ”Gebruikersnaam”, “Extra Info 1” of “Extra Info 2”

Gebruikersnaam; Het veld wordt ingevuld met de naam van de inlogde gebruiker.

Extra info1; Het veld wordt ingevuld met de extra info die vermeld is bij de ingelogde gebruiker.

Extra info2; Het veld wordt ingevuld met de extra info die vermeld is bij de ingelogde gebruiker.

Let op:

Aan een element kunnen ook rechten worden toegekend.

Bij het samenstellen van de inhoud van een formulier, dient men dit nog achterweg te laten.

Zie hiervoor de instructies bij formulieren bouwen.

3 Aandachtspunten en tips

 

Door “gebruikersnaam” in verschillende onderdelen van een formulier op te nemen heeft men een heel eenvoudige inzichtelijke manier om te zien wie het formulier heeft ingevuld. Denk hieraan bij het bouwen van een formulier!

2.06 Element tekst type getal

1 Introductie

 

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element “Getal” worden hier beschreven.

Binnen het element “Getal” zijn de volgende varianten aanwezig

  • Tekst
  • Getal
  • Gebruikersinformatie
  • Datasets

Deze instructie is van toepassing op variant “Getal ”.

2 Werkwijze

  • Open een nieuw formulier of een bestaand formulier (status nieuw).
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’.
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg het element “Tekst” toe.
  • In het rechter venster worden de 3 sectors van het element “Tekst”” zichtbaar.
  • Ga naar sectie “Detail”
  • Selecteer bij ”Type ” de variant “Getal”

Decimalen; Aantal decimalen dat ingevuld kan worden.

Min. Waarde; Minimumwaarde die gevuld kan worden, toegestaan is.

Max. waarde; Maximumwaarde die gevuld kan worden, toegestaan is.

Min. Controle; Ondergrens wenselijke waarde (b.v. KPI); hierbuiten wordt de achtergrond rood.

Max. controle; Bovengrens wenselijke waarde (b.v. KPI); hierbuiten wordt de achtergrond rood.

Initiële waarde; De waarde die wordt getoond aan de gebruiker bij het starten van het formulier.

 

Let op:

Aan een element kunnen ook rechten worden toegekend.

Bij het samenstellen van de inhoud van een formulier, dient men dit nog achterweg te laten.

Zie hiervoor de instructies bij formulieren bouwen.

2.05 Element tekst type tekst

1 Introductie

 

De werkwijze voor toevoegen van elementen is gestandaardiseerd. De specifieke eigenschappen van het element “tekst” worden hier beschreven.

Binnen het element “tekst” zijn de volgende varianten aanwezig

  • Tekst
  • Getal
  • Gebruikersinformatie
  • Datasets

Deze instructie is van toepassing op variant “Tekst”.

2 Werkwijze

  • Open een nieuw formulier of een bestaand formulier (status nieuw).
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’.
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg het element “Tekst” toe.
  • In het rechter venster worden de 3 sectors van het element “Tekst”” zichtbaar.
  • Ga naar sectie “Detail”
  • Selecteer bij ”Type ” de variant “Tekst”.

Formaat; Geen – Email – Link

Geen: geen check op de ingegeven format.

Email: check op email format (xxx@yyy.zz)

Link: er komt een icoontje achter om door te klikken naar de opgegeven link.

 

Min. Karakters; Minimum aantal karakters dat gevuld moet worden.

Max. Karakters; Maximaal aantal karakters dat gevuld mag worden.

Aantal regels; Aantal regels van het invulkader voor langere tekst, standaard is deze 1.

Initiële waarde; De waarde die in de vraag wordt getoond voor de gebruiker bij het starten van het formulier.

 

Let op:

Aan een element kunnen ook rechten worden toegekend.

Bij het samenstellen van de inhoud van een formulier, dient men dit nog achterweg te laten.

Zie hiervoor de instructies bij formulieren bouwen.

2.04 Element sectie acties

1 Introductie

De structuur van de verschillende elementen is gestandaardiseerd in 3 verschillende secties; “Algemeen”, ”Actie” en “Details “. In deze instructie worden de “actie “ eigenschappen beschreven.

2 Werkwijze

  • Open een formulier waarin al een “Onderdeel” is toegevoegd.
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’.
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg bijvoorbeeld het element “Tekst” toe.
  • In het rechter venster worden de diverse mogelijkheden van element “Tekst”” zichtbaar.
  • Scroll  in het rechtermenu naar “Actie”.

Actie knop activeren; Voor gebruiker wordt actieknop zichtbaar

Groep;Specificeer groep gebruikers die gezamenlijk of afzonderlijk de actie moeten opvolgen.

Gerelateerde vragen; Hier kunnen een of meerdere gerelateerde vragen worden gekoppeld aan de actie wanneer het voor de gebruiker handig is om de informatie ook                                         te weten. De vragen en bijbehorende antwoorden worden dan ook opgenomen in de mail aan degene aan wie de actie is toegewezen. Dan hoeft                                             hiervoor niet speciaal het formulier in LeanForms geopend te worden.

Start herinneren voor plandatum; Hoe lang voor het verstrijken van de geplande datum moet de eerste herinnering verstuurd worden.

Herinneringsinterval; De frequentie van reminders vanaf de eerste herinnering.

2.02 Element onderdeel

1 Introductie

De structuur van de verschillende elementen is gestandaardiseerd met uitzondering van het element “Onderdeel”. In deze instructie worden de  specifieke eigenschappen van het element “Onderdeel” beschreven.

2 Werkwijze

  • Open een nieuw formulier of een bestaand formulier (status nieuw).
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’.
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg bijvoorbeeld het element “Onderdeel” toe.
  • In het rechter venster worden de diverse mogelijkheden van element “Onderdeel” zichtbaar.

Tekst; Deze tekst is de titel van het betreffende onderdeel.

Hulpinformatie; In dit veld kan aanvullende informatie voor de eindgebruiker worden beschreven. Deze tekst wordt in het formulier aan de eindgebruiker getoond.

 

Let op:

Aan een onderdeel kunnen ook rechten worden toegekend.

Bij het samenstellen van de inhoud van een formulier, dient men dit nog achterweg te laten.

Zie hiervoor de instructies bij formulieren bouwen.

2.03 Element sectie algemeen

1 Introductie

De structuur van de verschillende elementen is gestandaardiseerd in 3 verschillende secties; “Algemeen”, ”Actie” en “Details “.

In deze instructie worden de algemene eigenschappen beschreven.

2 Werkwijze

  • Open een formulier waarin al een “Onderdeel” is toegevoegd.
  • Kies bovenin het menuvenster het tabblad “Formulier”’,
  • In het middelste venster wordt de inhoud van het formulier getoond.
  • Voeg bijvoorbeeld het element “Tekst” toe.
  • In het rechter venster worden de diverse mogelijkheden van element “Tekst”” zichtbaar.

 

Tekst: Omschrijving van de vraag in het formulier, verplicht alvorens het element op te kunnen slaan.

Hulpinformatie; Verklarende toelichting voor gebruiker. De gebruiker kan deze via een uitroepteken voor de vraag laten verschijnen in een pop-up.

Verplicht; Aanvinken betekent dat de gebruiker deze vraag verplicht moet beantwoorden alvorens hij het formulier kan verzenden.

Alleen lezen; De waarde van de vraag kan niet worden veranderd.

Verberg vraagnummer;  Er wordt aan de gebruiker geen nummer getoond.

Toon in zoekfunctie; De vraag meenemen in het zoekfunctie overzicht.

Filterveld zoekfunctie; Het veld opnemen als filter voor het opvragen van het zoekfunctie overzicht.

Standaard sorteerveld; Het zoekfunctie overzicht sorteren op dit veld [Oplopend] of [Aflopend].

Registreer wijzigingen; De wijzigingen van dit veld registreren. Zie instructie wijzigingen

Niet meenemen bij kopieën; Het veld wordt niet meegenomen als door de gebruiker de gegevens van een ander formulier worden gekopieerd naar een nieuw formulier.

Kopieer waarde van vraag; De vraag wordt automatisch gevuld met de waarde van een andere vraag.